
Als een lange, bultige kater strekt de Lubéron zich uit te midden van groene wijngaarden, lichte olijfgaarden en geurige lavendelvelden en lijkt hij zijn poten uit te steken tot in het koele water van de Durance. De groen begroeide bergrug, gelegen in het Provençaalse departement Vaucluse, vormt een natuurlijke barrière tegen de koude noordenwinden. Zo door de zon verwend, groeien op de zuidhellingen enkele van de beste druiven ter wereld. Maar ook diep in zijn binnenste rijpt elk jaar een van de edelste aardvruchten ter wereld: de “rabasse”. Als fijne, met witte adertjes doorregen Périgord-truffel geldt de rabasse niet alleen als topsoort, maar na de witte Alba-truffel uit Piëmont ook als de op één na duurste truffel ter wereld. Wie krijgt er geen zin in een heerlijke reis door de Lubéron? Als buitengewone fietstocht blijkt daarbij de “Tour de Lubéron”.
Per fiets naar culinair geluk
Als nieuw aangelegde fietsroute voert de Tour de Lubéron eenmaal rond de tot 1124 meter hoge bergketen en biedt over een lengte van 235 kilometer gevarieerde inkijkjes in de cultuur en geschiedenis van de streek. Dat wijn en truffels niet per se op het menu hoeven te staan, bewijst het pittoreske marktstadje Cavaillon. In grote letters informeren borden bij het station de fietser dat hij zich hier in de “hoofdstad van de meloen” bevindt. En inderdaad: wie in de herfst de maandagmarkt rond de kathedraal van Cavaillon bezoekt, ziet tussen kersen, aardbeien, abrikozen en druiven ook ware bergen grote, sappige meloenen. Op twee wielen snel bereikt, is het vanaf Cavaillon nog maar een steenworp naar het slaperige dorp Robion.
Achter grijze stenen muren wordt in het “Café de la Poste” graag een vers geperst sinaasappelsap geserveerd. Goed versterkt voert de volgende etappe naar Ménerbes. Op meerdere terrassen vlijt het middeleeuwse burchtstadje zich dicht tegen de berg en lijkt het op de een of andere manier uit de tijd gevallen. Maar de eerste indruk bedriegt, want in het Domaine de la Citadelle aan de voet van het bergdorp gaat het toe als in een bijenkorf: “Dégustation? Bien sûr!” schalt het door de zalen en onophoudelijk worden proefglaasjes en flessen aangereikt. Naast de deur lijkt het in het kurkentrekkermuseum alsof de “créateurs de tire-bouchon” een voorbeeld hebben genomen aan de kronkelende serpentines van de Lubéron. Want aan armdikke houten hefbomen, filigrane ijzeren handvatten en piepkleine ringetjes ontdekken bezoekers stoutmoedig verdraaide kurkentrekkers voor elke gelegenheid.
Met een handige kurkentrekker uitstekend uitgerust voor spontane proeverijen onderweg, voert de volgende etappe naar Apt. Een beetje uitgehongerd doet de “omelette aux truffes” in het luchtige restaurant Au Platane wonderen. Daarbij een glas rode cuvée van het plaatselijke wijnhuis Sylla en de ondernemingslust keert direct terug. Met de smaak van de rabasse nog in de mond stuurt de fiets schijnbaar zwevend door de schaduwrijke ceder- en eikenbossen van Pertuis.
Vooral tussen september en oktober zijn hier veel “rabassiers”, truffelzoekers, met hun truffelhonden onderweg. De “geurende goudklompjes” worden vanaf november verkocht op de “Marché aux Truffes” in Richerenches. Elke zaterdag tot eind maart ontmoeten fijnproevers, truffelzoekers en handelaren elkaar hier en bepalen ze de actuele prijs van de edele knol. Met nog meer heerlijke tussenstops op de markt van Lourmarin, waar rijkgevulde fougasse-broden te ontdekken zijn, en in het restaurant “La Petite Maison de Cucuron”, waarvan chef Eric Sapet met 3 Michelinsterren werd bekroond en met fantasievolle menucreaties ware gehemeltedromen oproept, bereikt de genietende fietser na ongeveer een week weer zijn startpunt, de geurige markt van Cavaillon.
Gastauteur: Daniela Fehrenbacher






