De Franse regio Ardèche betovert haar bezoekers met vele spectaculaire natuurmonumenten. De berglandschappen in het oosten van het Centraal Massief zijn samengebracht in het regionaal natuurpark Monts d’Ardèche . Het in 2001 opgerichte natuurpark heeft een oppervlakte van ongeveer 180.000 hectare en onderscheidt zich door veel afwisselende landschapsvormen. De plaatsen Privas, Aubenas, Saint-Agrève, Les Vans, Lamastre en Vernoux-en-Vivarais liggen aan de rand van het park en vormen de toegangspoorten.
Landschappen in het natuurpark Monts d’Ardèche
Het natuurpark Monts d’Ardèche onderscheidt zich door afwisselende berglandschappen, die voor de bezoeker worden ontsloten door talrijke goed aangelegde wandelpaden. De bergketen aan de oostrand van het Centraal Massief kent een rijkdom aan verschillende landschapszones, die op hoogtes tussen 170 en 1.753 meter liggen.
De noordelijke landschappen van het natuurpark Monts d’Ardèche

Tussen Privas en Saint-Agrève ligt in het noorden van het park de streek Boutières. Dit gebied wordt gekenmerkt door hellingen en kloven die worden doorsneden door de Eyrieux en zijn zijrivieren. Al lang worden in de Boutières op steile terrassen tamme kastanjes gekweekt. Zo wordt het landschap bepaald door de stenen muren die rond de terrassen zijn opgetrokken. In het noordwesten sluit het plateau van Vernoux hierop aan, een enclave in de Boutières. Het hoogplateau verheft zich 500 meter boven het dal van de Eyrieux, waardoor een prachtig uitzicht over het natuurpark Monts d’Ardèche ontstaat. Verder wordt het plateau van Vernoux gekenmerkt door bossen, zachte heuvels en weilanden. Het noordwesten van het natuurpark wordt ingenomen door het gebied van de Sucs. In tegenstelling tot de Boutières zijn de Sucs getekend door een vulkanisch landschap. Kenmerkend voor het gebied zijn de kleine vulkaankegels die op een suikerbrood lijken.

In de Sucs ligt met de Mont Mézenc ook de hoogste berg van het natuurpark. Om te wandelen en te bergbeklimmen nodigen ook de Suc de Montivernoux, de Taupernas en de Mont Gerbier-de-Jonc uit. Midden in dit vrij oorspronkelijke berglandschap ontspringt de Loire. Bovendien kan men hier een rijke flora en fauna ontdekken.
Landschappen in het centrum en het zuiden van het natuurpark Monts d’Ardèche
De Haute Cévenne ligt in het centrum van het natuurpark Monts d’Ardèche. Ook in deze streek ontmoet men een spectaculair vulkanisch landschap met kraters, vulkaankegels en maren. Daarnaast wordt de Haute Cévenne getekend door de rivieren Volane, Sandron en Bézorgues, die in het dal in de Ardèche uitmonden.
Col de la Chavade op een grotere kaart bekijken
Bij de Col de la Chavade kunt u de bron van de Ardèche bezoeken. In het zuidwesten van het natuurpark ligt het landschap Cévenne Méridionale. Het is een typisch middelgebergtelandschap, waarvan het middelpunt wordt gevormd door het imposante Tanarguemassief . Het grillige landschap van de Cévenne Méridionale strekt zich uit tussen de Sommet de Mejan en het departement Lozère. Bijzonder bezienswaardig zijn de kleine dorpen die zich tegen de berghellingen vleien. De beroemdste plaats is Saint-Laurent-les-Bains met zijn thermale bronnen. In zuidelijke richting gaat de Cévenne Méridionale over in een mediterraan landschap met olijf- en kastanjebomen. Piémont Cévenol is het zuidoostelijke landschap van het natuurpark. Het omvat een smalle strook tussen Les Vans en Aubenas. Hier treft men een mediterraan landschap aan waarin wijnbouw wordt bedreven. Bij Les Vans zijn bovendien olijfplantages. In de Piémont Cévenol stromen met de Drobie en de Beaume twee rivieren die zich uitstekend lenen voor wildwatersporten.
